aartsbisdom.be

Religieus, politiek en financieel nieuws

Een nieuwe ’konkrete utopie’ February 2, 2015

Door diverse oorzaken is dit fordistische maatschappij-model in elkaar gestuikt. In plaats van te proberen de uitengevallen stukken terug te lijmen zou de arbeidersbeweging er goed aan doen een nieuwe ’konkrete utopie’ te ontwerpen, waarvan de globale kontouren er als volgt uitzien:

Tegenover de kapitalistische praktijk om de produktiviteitsstijging om te zetten in een toename van de werkloosheid en de prekariteit, stelt Bihr het principe van het ’travailler moins pour travailler tous’. ’Tous’ = het is een kommunistisch principe dat werken niet alleen een recht, maar ook een plicht is, niemand mag zich onttrekken aan zijn rechtmatig deel van de maatschappelijk noodzakelijke arbeid (wat wel veronderstelt, zoals we straks zullen zien, dat ’arbeid’ geherdefinieerd wordt). ’Moins’ = het voorgaande is in ons geautomatiseerd tijdperk alleen maar mogelijk als de arbeidsduur radikaal verkort wordt, globaal en in een relatief kort tijdsbestek. Dit streven naar ADV (zich bevrijden VAN de arbeid) mag niet betekenen dat men de doelstelling van de bevrijding IN de arbeid door ’Anders te Gaan Werken’ opgeeft. In het arbeidsproces kan de individuele en kollektieve autonomie van de werkenden verhoogd worden door:
- de wedersamenstelling van de eenhied tussen hoofd-en handarbeid door de uitbouw van polyvalente werkeenheden die de konkrete arbeidsorganisatie op de werkplek in handen nemen; een deel van de arbeidstijd wordt besteed aan het kollektieve beslissingsproces;
- een andere benadering in de technologie-ontwikkeling die werkinstrumenten gaat ontwerpen die de kreativiteit en de initiatiefgeest bij de werkers kunnen bevorderen;
- een herdenken van de relatie tussen het beroepsleven, basisopleiding en permanente vorming: mensen worden geleidelijkaan geïntroduceerd in het beroepsleven, waarbij de permanente vorming toegespitst moet zijn op het zich eigen maken van ’zelfopleidingsmethodes’ die tegemoetkomen aan de snel wisselende eisen die door de arbeidstaken gesteld worden.

Een radikale ADV (25u/week; 1000u/jaar; 20.000u/loopbaan) veronderstelt de invoering van een gewaarborgd basisinkomen voor de periodes waarin men niet werkt. Bihr maakt daarbij onderscheid tussen een kapitalistische variant van het basisinkomen, dwz. een charitatieve gift oftewel een miserieloontje voor de gedwongen inaktiviteit en sociale uitsluiting. In die vorm heeft het basisinkomen geen andere funktie dan de uitsluiting draagbaar te maken en de maatschappelijke dualisering leefbaar te maken door ’armoederevoltes’ van de gemarginaliseerden in de kiem te smoren. In zijn progressieve gedaante is het basisinkomen een recht dat door de maatschappij aan de burgers toegekend wordt in ruil voor hun aandeel in de uitvoering van de maatschappelijk noodzakelijke arbeid, waardoor deze niet langer kunnen weggedrukt worden in de rol van vogelvrijverklaarden, van permanente verdachten gehuld in het aura van een onaanvaardbaar parasitisme. Het basisinkomen is dan niet langer meer een slinkse wijze om de loonarbeidsverhoudingen in stand te houden ten koste van een groeiende marginalisering, maar het is de sociale vorm die het inkomen aanneemt als de gestegen arbeidsproduktiviteit het niet meer toelaat om de maatschappelijke rijkdom te verdelen à ratio van de gepresteerde arbeid.

Spreken over het recht op en de plicht tot arbeid heeft slechts zin als we ook bereid zijn de aard van de gepresteerde arbeid mee onder de loupe te nemen. Dat betekent meteen dat het produktieproces moet geherstruktureerd en geheroriënteerd worden, rekening houdend met een vijftal kriteria. Ekologisch gaat de voorkeur uit naar technieken en produkten die op de natuurlijke hulpbronnen bezuinigen en de afvalhopen zo klein mogelijk proberen te houden. Ook de ’sociale efficiëntie’ zou moeten gemaximaliseerd worden, dwz de sociale kosten in termen van arbeidsduur en arbeidskracht-slijtage moeten zo laag mogelijk gehouden worden. Produktieaktiviteiten moeten vervolgens beoordeeld worden afgaande op hun sociaal nut: wapen- en nukleaire industrieën worden afgeschaft, de bevrediging van kollektieve behoeften krijgt voorrang op individuele behoeften, behoeftenprioriteiten worden via een demokratische planning vastgelegd. Decentralisatie van het produktieapparaat en ontvetting van de bestuursburokratie moeten gestimuleerd worden opdat direkte demokratie en zelfbeheer terug een kans zouden krijgen. Tenslotte moeten de produktieaktiviteiten, bekeken vanuit een internationale kontekst, ook de ’damnés de la terre’ ten goede komen.

Maar ook het maatschappelijk leven buiten de produktiesfeer moet zo veel mogelijk aan de kapitalistische overheersing onttrokken worden, zowel in zijn markt-dimensie (monetaire en warenverhoudingen) als in zijn etatistische dimensie (de geburokratiseerde verhoudingen van de staat). Het gaat erom een sociale demokratie te ontwikkelen die zich van de huidige vigerende politieke demokratie onderscheid op het vlak van de vormgeving (direkte, zelfbeherende demokratie i.p.v. indirekte, representatieve demokratie) én op inhoudelijk vlak (kollektieve machtsverwerving over konkrete uitingen van het dagelijkse leven i.p.v. de geleidelijke implementatie van abstrakte rechten en principes). Zulk een alternatieve vermaatschappelijking noemt Bihr een leerschool voor het kommunisme, een ’laboratoire permanent d’expérimentation sociale’. Het veronderstelt echter een echte ADV als een middel in de strijd tegen werkloosheid en prekariteit, want in een gedualiseerde samenleving worden alternatieve praktijken noodzakelijkerwijze geperverteerd. Zij verworden dan tot zelfbeheer van ekonomische marginalisering en sociale uitsluiting, tot ghetto’s getooid met een laagje autonome en konviviale vernis. Verder veronderstelt het een ’kulturele revolutie’ die het leven beheersd door ekonomische waarden en praktijken en door het arbeidsethos vervangt door een leven gecentreerd rond zelfontplooiing en kommunikatie met de anderen in het kader van een kollektieve participatie aan een vrije kreatie van de maatschappelijke wereld. I.p.v. de liberale ego-en zelfzuchtige individualiteit komt de kommunistische sociale individualiteit.

Op internationaal nivo pleit Bihr voor een loskoppelingsstrategie t.a.v. de wereldmarkt die aangedreven wordt door een dubbele, sociaal destruktieve, logika. Enerzijds is er de konkurrentielogika in het kapitalistische centrum die leidt tot afbraak van de sociale zekerheid en sociale dumpingspraktijken. Anderzijds is er de uitbuitingslogika in de perifere landen die moet omgebogen worden m.b.v. samenwerkingsverbanden die de ’développement autocentré’ stimuleren. Deze samenwerking kan zowel op het makro-vlak (bv. annulatie van schulden, gegarandeerde grondstoffenprijzen, steun aan regionale samenwerkingsverbanden, ondersteunen van agrarische hervormingen) als op mikro-vlak (ondersteuning van een alternatieve praxis door NGO’s en vooral plaatselijke projekten) gevarieerde konkrete vormen aannemen.

 

Categories: Uncategorized